Betoverend (een ode)

 

Sander de Hosson schreef dit prachtige verhaal. Een verhaal vol compassie, luisteren, zorg en menselijk contact.
Sander de Hosson (36) is longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen en heeft zich gespecialiseerd in longkanker en palliatieve zorg. Hij is hoofdredacteur van Probleemgeoriënteerd denken in de Palliatieve Zorg.
Dank Sander voor het delen van deze ode. Deze verhalen gaan over de essentie van zorg!

Verschenen op artsennet.nl – 19 maart 2014

Weekenddienst, najaar 2011

Op een eenpersoonskamertje, helemaal achterin de lange gang van de verpleegafdeling lag een hoogbejaarde man. Enkele dagen geleden was hij opgenomen met een uitgebreide longontsteking.

Toen hij op de spoedeisende hulp gearriveerd was, bleek dat er geen familie was meegekomen. Bij navraag aan de huisarts, bleek deze ook niet meer te bestaan. Hij leefde een teruggetrokken bestaan; ook zijn vrienden waren al lang geleden overleden.

Jarenlang had hij eenzaam in een klein huis in een naburig dorp geleefd en zich actief onttrokken aan het oog van de maatschappij. De laatste weken was dat door toenemende ziekteverschijnselen niet meer gelukt. De huisarts had thuiszorg geregeld, hoewel hij daarop afwerend had gereageerd. Zijn benauwdheid nam toe en deze zorg alleen bleek niet meer voldoende. Hij was ingestuurd met een dringend verzoek tot een terughoudend beleid ten aanzien van alle fratsen die de modern geneeskunde in petto kan hebben. ‘Geen polonaise’, had de huisarts ter verduidelijking op de verwijsbrief geschreven.

Op de thoraxfoto was naast de longontsteking nog veel meer afwijkend longweefsel gezien waar verder geen onderzoek naar werd gedaan. Patiënt was daar volstrekt helder in geweest. Met antibiotica zou getracht worden de klachten te behandelen en ‘dat zou het zijn’.

Een nog jonge verpleegkundige, relatief onervaren, verzorgde hem en het was duidelijk dat ze het goed met elkaar konden vinden. Ze gaf hem extra aandacht en hij stelde dat duidelijk op prijs. In haar pauzes zat ze steevast aan zijn bed.

Later zou ze vertellen over de gesprekken die ze gevoerd had. Over zijn jonge jaren, de liefdes. Zijn zoektocht daarnaar en zijn uiteindelijke vondst. Mooie jaren volgden. Zijn vrouw overleed veel te vroeg, nu tientallen jaren terug. Hij had verteld over het verdriet dat ze geen kinderen hadden gekregen. Hoe hij daarna was vereenzaamd. Vrienden om hem heen die wegvielen. Zijn eenzame bestaan.

Het was een bijzondere ontmoeting, deze hoogbejaarde man en deze jonge vrouw, nog geen 25 jaar oud. Ik had waardering voor de manier waarop zij met elkaar omgingen. Ik had waardering voor de tijd die zij nam om met hem te praten, ondanks haar drukke bezigheden elders.

Zijn situatie verslechterde in de dagen erna snel, de longontsteking nam toe en hij was benauwder geworden. Morfinespuitjes waren niet meer voldoende en er was gestart met een continu pompje. Binnen het team spraken we over palliatieve sedatie.

In geen van de dagen van zijn opname zou er nog bezoek komen.

Aan het einde van zijn laatste middag, op een zondag, was ik bij hem geweest om zijn benauwdheid te beoordelen, hij lag er rustig bij. Zijn gelaat was ingevallen, zijn neus was wit en op zijn benen waren vlekken ontstaan. Daarbij had hij een rustige, maar ongelijke ademhaling. Hij was stervende.

In de overdrachtsruimte sprak ik de verpleegkundige aan het einde van haar dienst. Ze had afscheid van hem genomen, diep ontroerd. Ze moest naar huis. Kinderen, vrienden, het leven. Maar het liefst bleef ze bij hem in zijn laatste uren. Ze had tranen in haar ogen.

Ze vertelde over zijn angst alleen dood te gaan en herhaalde dat niemand meer zou komen om afscheid te nemen. Hij zou alleen sterven. Daar in dat kille ziekenhuiskamertje, achter op de gang.

Ze wist dat de verpleegkundige van de avond de verantwoordelijkheid had over de zorg van achttien patiënten, dus er zou nauwelijks tijd zijn voor hem. Ik beloofde haar aan het einde van mijn dienst, uren later langs te lopen. Ook ik had geen tijd, een volle spoed, een drukke telefoon.

Inderdaad uren later liep ik door de donkere gang. Tot mijn verbazing hoorde ik een vreemd geluid. Leek het nu echt alsof iemand zong?

Ik keek om de deur van de kamer. In het gedimde licht ontwaarde ik dezelfde verpleegkundige van vanmiddag, die al uren thuis had moeten zijn.

Betoverend.

Zij had haar hand om die van hem gelegd. Hij was diep in slaap, ademde nauwelijks meer. Ze keek strak naar hem, neuriede zacht een liedje, waarvan ik de tekst niet kon horen. Ze was te geconcentreerd om mij op te merken. Het zouden zijn laatste minuten zijn.

Ik draaide me om zonder dat ze me gezien had. Bewondering. Ontroering. Nog meer dan dat.

Nu een paar jaar later, weet ik dat je dit leest. Een verhaal dat het verdient verteld te worden. Het raakt de essentie van wat zorg moet zijn. Menselijk contact, luisteren, er zijn.

Het is een ode aan jou en daarmee eigenlijk aan iedereen die zich sterk maakt voor kwaliteit van sterven. Een eenzame dood is een uitzondering, de zorg daaromheen kan echter uitzonderlijk zijn. Alsnog een diepe buiging.

Wat kan goede zorg toch kwetsbaar mooi zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s